Vliegen over het Trasimenomeer
Gisterochtend wekte mijn wekkerradio mij met Vanna Brosio die “L’aquilone” (de vlieger) zong, en heel eventjes, nog half in slaap, meende ik te dromen. Het was in 1978, dat deze noten, gecomponeerd door Malgioglio, Stelletti en Castellari, mij als klein kind aan een gigantisch gekleurd vliegend voorwerp deden denken. Dat soort dingen vergeet je niet, maar sommige voorwerpen maken mij nog steeds nieuwsgierig, zoals dus vliegers, of nog beter luchtballons.
Ik geloof niet in toeval, maar gistermiddag vroeg een collega van mij of ik ooit “Il ladro di aquiloni” (de vliegerdief) had gelezen, een boek dat ik inderdaad gelezen heb en waar ik erg van genoten heb. Als klap op de vuurpijl belde Giovanna, een hele goede vriendin uit Umbrië mij gisteravond, om mij, zoals elk jaar bij haar thuis uit te nodigen: «kom dan tenminste de vliegers kijken!», riep ze op een gegeven moment uit.

Photo by luca.nassini
Elk jaar wordt in de lente aan het Trasimenomeer het evenement “Coloriamo i cieli” (kleur de hemel) gehouden, een leuke gelegenheid om je weer even kind te voelen, of om kind te blijven. Het idee is in 1982 in Castiglione sul Lago ontstaan, en is door de inzet van de gemeente, de Italiaanse Vlieger Vereniging en het Promotie Bureau voor Toerisme aan het Trasimenomeer vervolgens geconcretiseerd. Over de jaren is het aantal ondersteuners verveelvuldigd, en tegenwoordig staan ook milieuorganisaties zoals Lega Ambiente of de L.I.P.U. op de lijst. Vliegeren is inderdaad een hobby (of misschien wel een kunst) die de natuur respecteert en van windenergie gebruik maakt om spectaculaire optische effecten te creëeren. Een vlieger de lucht in krijgen lijkt makkelijk, maar heeft u het weleens geprobeerd? Het is een vaardigheidsspel: aan de juiste draden trekken, in de goede richting ten opzichte van de wind staan, kracht en slimheid doseren…

Lago Trasimeno gefotografeerd door Galep Iccar
Ik ben al vaak in Umbrië geweest, maar dit jaar wil ik weer terug, ook omdat ik het meer nog nooit gezien heb. Plaatsen als deze liggen vol met geschiedenis, een beetje zoals in de hoofdstad: je kan nergens een gat in de grond graven of je vindt er iets antieks onder. In Castiglione sul Lago, op de west-oever, zijn bijvoorbeeld graven van Etruskische oorsprong aan het licht gebracht. Bovendien heeft Giovanna mij een uitstapje naar Città della Pieve beloofd, op een paar kilometer van Castiglione, een middeleeuwse burchtstad dat omringd is door de nog originele dertiende eeuwse muren. Mijn vriendin heeft nog lang doorgebabbeld over talrijke anekdotes, omdat ze weet waar ik van houd. Ja, echt waar: ik heb een zwak voor het Guinness Book of Records, en het schijnt dat in Città del Pieve zich het smalste steegje van heel Italië bevindt. Het straatje is 50-60 cm breed en het is niet moeilijk te bedenken waarom het Vico Baciadonne (kus de vrouwensteeg) heet… Kunt u zich voorstellen wat er gebeurt als er twee personen langs elkaar moeten?
In April of Mei zien we elkaar dus aan het Trasimenomeer, we hebben afgesproken op het vliegveld dat eens de luchthaven ‘Eleuteri’ was, om vliegers te kijken en, hopelijk, een beetje in de zon te zitten.



